ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7812
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E. van Ballegooijen
- J. van der Ouderaa
- J. Rijkels
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijk geschil over navorderingsaanslag en waardering aandelen na beëindiging dienstverband
Belanghebbende kocht in 1986 208 aandelen in een besloten vennootschap (later H B.V.) voor f. 52.000 en sloot een overeenkomst waarbij hij verplicht was deze aandelen bij beëindiging van zijn dienstverband aan E B.V. of een derde aan te bieden voor dezelfde koopsom. In 1991 kwam deze overeenkomst te vervallen, waardoor belanghebbende ontslagen werd van de overdracht en schuld aan F, terwijl het economisch belang overging op een derde.
De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag op voor een vermeend voordeel van f. 52.000 als loon uit vroegere dienstbetrekking. Belanghebbende betwistte dit en voerde aan dat hij slechts juridisch aandeelhouder bleef zonder economisch belang en dat het voordeel niet genoten was.
Het hof oordeelde dat belanghebbende geen belastbaar voordeel had genoten omdat hij zijn recht op betaling van de koopsom prijs gaf tegenover het vervallen van de schuld, en dat het economisch belang was overgegaan op een derde. Ook de latere verkoop van de aandelen voor f. 10.000 was niet relevant voor het oordeel.
Daarom werd de navorderingsaanslag vernietigd en de proceskosten aan belanghebbende toegekend. Klachten over het genietingstijdstip, tijdigheid navordering en boete behoefden geen behandeling meer.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1991 wordt vernietigd wegens ontbreken van een belastbaar voordeel.