ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7864
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt aftrek onderhoudskosten verhuurde woning ondanks betwisting inspecteur
Belanghebbende verwierf de begane grond en eerste verdieping van een pand waarvan hij reeds de bovenste verdiepingen bezat en verhuurde deze aan zijn kinderen. De inspecteur betwistte de aftrek van onderhoudskosten en stelde dat de huurovereenkomsten niet reëel waren, omdat de kinderen onvoldoende eigen middelen hadden om de huur te betalen en de huur feitelijk door de ouders werd voldaan.
Het Hof oordeelde dat de huurovereenkomsten civielrechtelijk geldig zijn en dat de feitelijke omstandigheden onvoldoende grond bieden om de stelling van de inspecteur te ondersteunen. Ook al was de ouderlijke bijdrage nagenoeg gelijk aan de huur, dit leidt niet tot het oordeel dat sprake is van een ter beschikking stelling om niet.
Verder stelde het Hof vast dat een bedrag van ƒ 9.987,50 aan herstelkosten van balken reeds was verrekend met de koopsom, zodat deze kosten niet opnieuw aftrekbaar zijn. De aftrekbare kosten werden daarom verminderd. Het belastbare inkomen werd vastgesteld op ƒ 78.248, lager dan door de inspecteur berekend maar hoger dan door belanghebbende opgegeven.
Het Hof verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak en bepaalde de aanslag dienovereenkomstig. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en het belastbare inkomen vastgesteld op ƒ 78.248.