ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7930
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Rechtspraak.nl
Betalingen aan leveranciers kwalificeren als uitgaven in geld en aftrekbaar als buitengewone last
Belanghebbende droeg bij aan het levensonderhoud van zijn schoonouders, die een AOW-uitkering en een minimaal pensioen ontvingen. In 1997 deed hij betalingen via bankoverschrijvingen en rechtstreeks aan leveranciers voor onder meer een bankstel, kleding en schoenen. De inspecteur betwistte de aftrekbaarheid van de betalingen aan leveranciers, stellende dat niet was voldaan aan de wettelijke voorwaarde dat uitgaven in geld moeten zijn gedaan.
Het hof overwoog dat de betalingen aan leveranciers, ondersteund door bankafschriften en aankoopnota's, als betalingen in geld kunnen worden aangemerkt. De jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep omtrent kinderbijslag werd hierbij betrokken, waaruit blijkt dat betalingen op redelijk controleerbare wijze ook via derden kunnen worden gedaan.
De inspecteur erkende dat de uitgaven ten behoeve van de schoonouders waren gedaan, maar betwistte de aftrek op grond van de wettelijke eis van uitgaven in geld. Het hof verwierp dit standpunt en verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslag en stelde het belastbaar inkomen vast op f 76.336,-. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van f 76.336,-.