ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7933
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde verhuurd bedrijfspand na koop en huurtransactie
Belanghebbende, eigenaar van een kantoorpand, had bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van het pand per 1 januari 1995. De waarde was door de gemeente vastgesteld op 5.103.000 gulden. Belanghebbende had het pand eind 1996 gekocht voor 4.200.000 gulden en verhuurde het aan de verkoper tegen een huurprijs van 580.000 gulden per jaar.
Het hof oordeelde dat de transactieprijs en de huurprijs zakelijk waren en dat deze gegevens een goede basis vormden voor de waardebepaling. De gemeente had een hogere kapitalisatiefactor gehanteerd dan redelijk was, en de huurprijs was te hoog gecorrigeerd voor de peildatum. Het hof stelde de kapitalisatiefactor vast op 7,2 en de huurprijs op 547.160 gulden per jaar.
Op basis hiervan werd de WOZ-waarde vastgesteld op 3.940.000 gulden. Het hof verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de door de gemeente gebruikte vergelijkingsobjecten als onvoldoende onderbouwd. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: WOZ-waarde van het verhuurde bedrijfspand vastgesteld op 3.940.000 gulden en beroep gegrond verklaard.