ECLI:NL:GHAMS:1999:AA7946
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Onnes
- H. Holdert
- J. Kwantes
- Rechtspraak.nl
Vorming vervangingsreserve melkquotum en fiscale gevolgen bij winstberekening
Belanghebbende verkocht in 1988 melkquotum met een boekwinst, waarvoor hij een vervangingsreserve vormde hoewel dit destijds wettelijk niet was toegestaan voor onlichamelijke bedrijfsmiddelen. Het Hof acht aannemelijk dat het melkquotum een bedrijfsmiddel was en dat de vorming van de reserve op verzoek van belanghebbende door een bevoegd ambtenaar is toegestaan.
De reserve werd in 1990 gedeeltelijk verminderd vanwege aankoop van nieuw melkquotum en moest volgens de wet uiterlijk in 1992 in de winst worden opgenomen. Het Hof oordeelt dat de resterende reserve terecht in 1992 bij de winst is geteld. Verder is de correctie van de vermogensaftrek en de toevoeging aan de oudedagsreserve volgens het Hof juist toegepast.
Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard voor zover de investeringsbijdrage alsnog wordt verrekend met de aanslag. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt dat de fiscale behandeling van de melkquotumtransacties conform de feitelijke en wettelijke situatie is toegepast.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag verminderd met verrekening van een investeringsbijdrage en verweerder veroordeeld tot proceskostenvergoeding.