ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8017
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van Ballegooijen
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemingsvermogen vorderingen na verkoop jachthaven en afwaardering vordering op NV
Belanghebbende heeft zijn jachthaven verkocht aan zijn zoon en een vordering ontvangen die hij tot zijn ondernemingsvermogen rekende. Het hof oordeelt dat deze vordering verplicht tot het privévermogen behoort, omdat er geen aanwijzingen zijn dat de exploitatie in de toekomst weer voor rekening van belanghebbende komt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de inspecteur geen toezeggingen heeft gedaan en eerdere aangiften dit niet aannemelijk maken.
Daarnaast heeft belanghebbende een vordering op een NV, die hij ten laste van zijn winst wilde afwaarderen. Het hof laat de vraag of deze vordering tot het ondernemingsvermogen behoort in het midden, maar oordeelt dat belanghebbende onvoldoende inzicht heeft gegeven in de financiële positie van de NV om de afwaardering aannemelijk te maken.
De afwaardering van ¦ 150.000 op de vordering kan daarom niet als verlies in mindering worden gebracht op het belastbare inkomen. Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de inspecteur.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1994 wordt bevestigd.