ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8036
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Rechtspraak.nl
Aftrek gezinshulp geweigerd wegens gefingeerde kwitanties en niet-naleving bewijsregels
De moeder van de belanghebbenden was hulpbehoevend en deed in 1996 en 1997 betalingen voor extra gezinshulp die zij als uitgaven ter zake van ziekte had opgegeven. Voor 1996 werden deze kosten door de inspecteur geaccepteerd, maar voor 1997 werden kwitanties vereist. De erfgenamen dienden kwitanties in die later werden erkend als gefingeerd en niet de daadwerkelijke betalingen dekkend.
De inspecteur weigerde de aftrek van de gezinshulpkosten over 1997 omdat de kwitanties niet voldeden aan de wettelijke eisen, waaronder het vermelden van naam en adres van de hulp. De erfgenamen voerden aan dat de inspecteur non-verbaal had aangegeven dat de gefingeerde kwitanties acceptabel waren, maar dit werd door het hof verworpen.
Het hof oordeelde dat de wettelijke regeling bedoeld is om zwart werk tegen te gaan en dat de gefingeerde kwitanties niet als bewijs konden dienen. Ook het beroep op de hardheidsclausule werd afgewezen. De kosten van de begrafenis werden wel erkend, maar dit leidde niet tot een andere uitkomst. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de erfgenamen wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van deugdelijke kwitanties voor aftrek van gezinshulpkosten.