ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8082
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Blokland
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over voordeel uit uitoefening van Equity Appreciation Rights
Belanghebbende, werkzaam bij de Nederlandse dochter C B.V. van de Amerikaanse moeder D Inc., kreeg in 1988 Equity Appreciation Rights (SAR's) toegekend door D Inc. Deze rechten geven recht op een voordeel bij waardestijging van aandelen. In 1992 oefende belanghebbende 1200 SAR's uit, wat een financieel voordeel opleverde dat niet was opgegeven in zijn belastingaangifte.
De inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat het voordeel niet was belast. Belanghebbende voerde aan dat het voordeel niet tot zijn loon uit arbeid behoorde omdat de SAR's door de moedermaatschappij en niet door zijn werkgever waren toegekend, en dat het voordeel al in 1988 was genoten bij toekenning.
Het Hof verwierp deze standpunten. Het oordeelde dat het voordeel verband houdt met de dienstbetrekking bij C B.V. en dat de SAR's geen onvoorwaardelijke vermogensrechten zijn, maar rechten die pas bij uitoefening in 1992 betekenis krijgen voor de belastingheffing. Het voordeel is daarom terecht als loon belast in het jaar van uitoefening.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat het voordeel uit de uitoefening van SAR's als loon uit arbeid belastbaar is in het jaar van uitoefening en verklaart het beroep ongegrond.