ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8083
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting na samenloop loonheffing WW-uitkering en aanvulling werkgever
Belanghebbende was tot 28 februari 1995 in dienst bij een vereniging, waarna haar arbeidsovereenkomst werd beëindigd wegens reorganisatie. In 1995 ontving zij een WW-uitkering die gedurende negen maanden door haar voormalige werkgever werd aangevuld tot 90-100% van haar laatstverdiende salaris. Het Gak maakte de WW-uitkering onder inhouding van premies en loonheffing over naar de werkgever, die deze aanvulling uitbetaalde.
Belanghebbende ontving aparte jaaropgaven van het Gak en de werkgever, elk met vermelding van ingehouden loonheffing. In geschil was welk bedrag aan loonheffing voor verrekening in aanmerking komt volgens artikel 63 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het hof oordeelde dat de regeling van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 van toepassing is, waardoor de WW-uitkering wordt geacht door de werkgever te zijn verstrekt en de loonheffing door het Gak is inbegrepen in de door de werkgever ingehouden loonheffing. Alleen het door de werkgever uitbetaalde bruto loon en de daarop ingehouden loonheffing komen voor verrekening in aanmerking.
Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd. Het hof zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1995 wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.