ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8085
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Geen vervangingsreserve bij verkoop taxivergunning wegens staking onderneming
Belanghebbende was tot juni 1995 zelfstandig taxi-chauffeur en verkocht toen zijn aandeel in een taxi-vergunning. Hij stelde dat hij de onderneming slechts tijdelijk had stilgelegd vanwege persoonlijke omstandigheden en dat hij de werkzaamheden binnen redelijke termijn zou hervatten. De inspecteur stelde dat sprake was van staking van de onderneming, waardoor geen vervangingsreserve kon worden gevormd.
Het Hof overwoog dat het ter zake aan belanghebbende was om aannemelijk te maken dat hij het voornemen had de onderneming binnen redelijke termijn te hervatten. Het Hof achtte dit niet aannemelijk, mede omdat belanghebbende vanaf oktober 1995 in loondienst was en pas in 1996 stappen ondernam om een nieuwe vergunning te verkrijgen. Het ter beschikking stellen van vakbekwaamheidspapieren zonder risico-element werd niet als onderneming beschouwd.
Daarom werd geoordeeld dat de onderneming was gestaakt en niet tijdelijk stilgelegd. De aanslag inkomstenbelasting werd bevestigd en het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting bevestigd omdat de onderneming is gestaakt.