ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8098
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van Ballegooijen
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting na betwisting herkomst storting buitenlandse bankrekening
Belanghebbende had in 1991 een bedrag van f 515.000 via zijn gemachtigde op een buitenlandse bankrekening gestort, dat uiteindelijk werd gebruikt voor de aankoop van een woning. De inspecteur rekende dit bedrag tot het belastbare inkomen 1991, omdat de herkomst niet aannemelijk was gemaakt.
Het beroep was aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, maar het hof oordeelde dat belanghebbende niet in verzuim was omdat de uitspraak op het bezwaarschrift niet aannemelijk was verzonden. Het hof verklaarde het beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.
Uit verklaringen van betrokkenen en het strafrechtelijk oordeel bleek dat het geld aan belanghebbende toebehoorde en in 1991 tot zijn inkomen moest worden gerekend. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de handel in hasj pas in 1992 begon of dat het geld een andere herkomst had.
Het hof stelde het belastbare inkomen vast op f 562.523 en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. De aanslag werd verminderd en het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is ontvankelijk verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1991 verminderd tot een belastbaar inkomen van f 562.523.