ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8114
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Van der Ouderaa
- Hartman
- Rechtspraak.nl
Belastinggeschil over waardering en huur bedrijfsruimte bij inbreng praktijk in bv
Belanghebbende bracht zijn psychiatrische praktijk in privé in een besloten vennootschap (bv) in, waarbij het praktijkgedeelte van zijn woning werd overgebracht naar privé. De kern van het geschil betrof de vraag of er bij de staking van de onderneming een huurovereenkomst bestond tussen belanghebbende en de bv en welke waarde het praktijkgedeelte van het pand had.
Het hof stelde vast dat belanghebbende ten tijde van staking de verplichting had om het praktijkgedeelte aan de bv te verhuren. Dit was aannemelijk omdat de bv de praktijk alleen wilde overnemen als de vestigingsplaats werd gehandhaafd, wat ook werd bevestigd door het patiëntenbestand en de aard van de praktijk.
De waarde van het praktijkgedeelte werd vastgesteld aan de hand van een taxatierapport van oktober 1993, waarin de waarde in verhuurde staat op ƒ285.000 werd bepaald. Het hof verwierp het standpunt van belanghebbende om uit te gaan van 60% van de waarde in onverhuurde staat, omdat dit percentage geen dwingende relatie geeft.
De aanslag werd daarom verminderd van ƒ253.022 naar ƒ243.022. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Amsterdam op 31 mei 1999.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ243.022 en de inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten.