ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8117
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Van der Ouderaa
- Wattel
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag inkomstenbelasting na omwisseling vliegticket
Belanghebbende had een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1990 opgelegd gekregen vanwege het omwisselen van een businessclassticket in twee economyclasstickets en een bedrag aan vreemde valuta. De Hoge Raad bepaalde dat deze omwisseling als het verrichten van een werkzaamheid moest worden aangemerkt, waardoor het voordeel tot de inkomsten uit arbeid behoort.
Het Gerechtshof Amsterdam onderzocht de omvang van het genoten voordeel. Belanghebbende verklaarde dat het beleid van zijn werkgever was dat bij vluchten langer dan zes uur businessclass werd vergoed, en dat hij zelf telefonisch de reis had geboekt waarbij hij twee economyclasstickets en het prijsverschil in dollars had gevraagd. De hotelkosten in Japan werden met deze dollars betaald, maar niet gedeclareerd bij de werkgever.
De inspecteur betwistte niet dat de hotelkosten zakelijk waren en stelde dat de verhoging moest worden vernietigd. Partijen kwamen overeen dat het genoten voordeel gesteld moest worden op ƒ 4.500. Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak, verminderde de navorderingsaanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 67.518 zonder verhoging, en veroordeelde de inspecteur tot betaling van proceskosten van ƒ 45.
De uitspraak werd gedaan op 22 juni 1999 door het meervoudig hof onder voorzitterschap van Van Ballegooijen, met Van der Ouderaa en Wattel als leden, en griffier Van der Voort Maarschalk - Vencken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 67.518 zonder verhoging.