ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8120
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kwantes
- Onnes
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bedrijfsmatige exploitatie cultuurgrond bij beheersovereenkomst landbouw
Belanghebbende betwistte de waardebepaling van zijn onroerende zaak, bestaande uit woning, schuur en landbouwpercelen, waarbij de gemeente de waarde van de cultuurgrond niet als zodanig had vrijgesteld. Belanghebbende had een beheersovereenkomst met het Ministerie van Landbouw, waarin beperkingen op het gebruik van de grond waren opgenomen, maar hij gebruikte de grond nog voor agrarische activiteiten zoals begrazing en hooiproductie.
Het geschil draaide om de vraag of de beheersovereenkomst en de wijze van uitvoering daarvan ertoe leiden dat de grond niet langer als bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond kan worden aangemerkt in de zin van de Wet waardering onroerende zaken. Het hof stelde vast dat de beheersovereenkomst uitsluitend met agrarische ondernemers wordt gesloten en beperkingen oplegt, maar dat dit niet uitsluit dat de grond nog bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd.
Het hof overwoog dat de extensieve wijze van gebruik, waarbij intensieve bewerkingen worden achterwege gelaten, niet betekent dat de grond geen cultuurgrond meer is. De opbrengsten uit begrazing, hooiproductie en oogsten van zeeasters werden als agrarische opbrengsten erkend. De waarde van de grond werd daarom verminderd tot het door belanghebbende gevorderde bedrag. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de onroerende zaak wordt verminderd tot ƒ411.425 omdat de grond onder de beheersovereenkomst als bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond wordt aangemerkt.