ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8151
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Boersma
- Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid advocaatkosten in strafprocedure als kosten uit dienstbetrekking
Belanghebbende, werkzaam als korporaal bij de Koninklijke Marine, werd strafrechtelijk vervolgd wegens vermeende verduistering in de kantineadministratie, een praktijk die weliswaar in strijd was met voorschriften maar gebruikelijk was binnen de kazerne. Na een onderzoek en hechtenis werd belanghebbende vrijgesproken door de militaire kamer van de rechtbank wegens gebrek aan bewijs voor opzet.
De kern van het geschil betrof de vraag of de door belanghebbende gemaakte advocaatkosten in de strafprocedure konden worden aangemerkt als aftrekbare kosten uit dienstbetrekking. Belanghebbende stelde dat de strafprocedure direct voortvloeide uit zijn functieuitoefening en dat een veroordeling aanzienlijke gevolgen zou hebben gehad voor zijn dienstbetrekking en promotiekansen.
Het Hof stelde vast dat de strafprocedure haar oorzaak vond in de wijze van dienstbetrekking en dat belanghebbende handelde volgens gebruik en instructies binnen zijn functie. Ook achtte het Hof aannemelijk dat de strafprocedure gevolgen kon hebben voor de dienstbetrekking. Daarom kwalificeerde het Hof de advocaatkosten als kosten ter verwerving, inning en behoud van inkomsten uit dienstbetrekking en wees de aftrek toe, ondanks het feit dat er geen arbeidsrechtelijke sancties waren opgelegd vóór het einde van de strafprocedure.
Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en stelde het belastbaar inkomen vast op het door belanghebbende gevorderde bedrag.
Uitkomst: De advocaatkosten gemaakt in de strafprocedure zijn aftrekbaar als kosten uit dienstbetrekking en het beroep wordt gegrond verklaard.