ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8176
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Onnes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afschrijving bungalow en inventaris bij verhuur via tussenpersoon
Belanghebbende, eigenaar van een vakantiebungalow in een recreatiepark, betwistte de aanslag inkomstenbelasting over 1995, met name de wijze van afschrijving op de bungalow en inventaris. De bungalow werd verhuurd via een tussenpersoon, waarbij de huur hoger was dan de huur die belanghebbende ontving. Het geschil betrof de juiste grondslag voor afschrijving en de toerekening van huurinkomsten aan bungalow en inventaris.
Het hof stelde vast dat de bungalow als woonhuis met een levensduur van minimaal 40 jaar moest worden aangemerkt en dat de afschrijving volgens de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990 15% van de huurwaarde in het economische verkeer bedraagt. Belanghebbende kon niet aantonen dat de huurwaarde door ongebouwde aanhorigheden werd beïnvloed. De huurwaarde moest worden vastgesteld op de overeengekomen huur vermeerderd met lasten die voor rekening van belanghebbende kwamen.
De inventaris viel niet onder de afschrijving door belanghebbende omdat onderhoud en vervanging daarvan voor rekening van een ander kwamen, conform de huurovereenkomst. De inspecteur had een deel van de huur toegerekend aan de inventaris op basis van ervaringsregels, maar het hof volgde de splitsing van de koopsom als uitgangspunt voor toerekening.
Het hof oordeelde dat de aanslag gedeeltelijk moest worden verminderd met het bedrag van te weinig in aanmerking genomen afschrijving, maar het beroep werd verder afgewezen. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat geen bewijs was geleverd van ongelijk beleid door de inspecteur. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van f 38.191.