ECLI:NL:GHAMS:1999:AE9550
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Bockwinkel
- Splinter-Van Kan
- Arisz
- Rechtspraak.nl
Toelating tot schuldsaneringsregeling ondanks uitkeringsfraude wegens verstreken tijd en omstandigheden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling door de rechtbank Amsterdam. De rechtbank had het verzoek afgewezen omdat appellant niet te goeder trouw zou zijn geweest bij het ontstaan van schulden aan het GAK door het onjuist opgeven van inkomsten en gewerkte uren, waardoor een te hoge WAO-uitkering werd ontvangen.
Het hof stelt vast dat appellant inderdaad niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van de schuld aan het GAK. Desondanks oordeelt het hof dat de verstreken tijd sinds de fraude (vanaf 1 maart 1997) en de overige omstandigheden, waaronder de voortdurende arbeidsongeschiktheid van appellant en zijn beperkte financiële middelen, voldoende reden zijn om de schuldsaneringsregeling alsnog toe te passen.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing voor appellant. De zaak wordt verwezen naar de rechtbank Amsterdam voor verdere afhandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het hof wijst de schuldsaneringsregeling alsnog toe ondanks uitkeringsfraude vanwege verstreken tijd en overige omstandigheden.