ECLI:NL:GHAMS:1999:AE9561
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Bockwinkel
- Splinter-Van Kan
- Salomans
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek schuldsaneringsregeling ondanks onderhoudsachterstand en negatieve aflossingscapaciteit
Appellant heeft bij de rechtbank te Haarlem een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, dat op 1 juni 1999 werd afgewezen. De rechtbank baseerde haar afwijzing op het feit dat een deel van de schulden bestond uit een achterstand in de onderhoudsverplichting jegens kinderen uit eerdere huwelijken, waarvan werd aangenomen dat deze niet te goeder trouw was ontstaan. Tevens was er vrees dat appellant zijn verplichtingen onder de regeling niet zou nakomen vanwege een lager inkomen dan de noodzakelijke uitgaven.
In hoger beroep heeft appellant toegelicht dat hij een verzoek tot nihilstelling en kwijtschelding van de onderhoudsverplichting heeft ingediend, waarvan de behandeling nog moet plaatsvinden. Tevens verwacht hij een salarisverhoging bij een nieuwe werkgever en een verlaging van woonlasten door een goedkopere woning van de gemeente.
Het hof oordeelt dat niet aannemelijk is dat sprake is van een belemmering zoals bedoeld in artikel 288 lid 1 sub b en Pro lid 2 sub b van de Faillissementswet. De achterstand in onderhoudsbijdragen is niet onrechtmatig ontstaan en de negatieve aflossingscapaciteit is onvoldoende grond voor vrees dat appellant zijn verplichtingen niet zal nakomen.
Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst het alsnog het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere afhandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling alsnog toe en vernietigt het vonnis van de rechtbank.