ECLI:NL:GHAMS:1999:AK4842
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- H.J. Bokhorst
- J.W.M. Tijnagel
- J. Heemskerk
- K.J.L. Hesselt van Dinter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navordering douanerechten wegens te lage aangifte waarde kledingmonsters
Belanghebbende, een kledingverkopende onderneming die kledingmonsters uit het Verre Oosten invoerde, voerde aan dat de vrijstelling voor invoer van monsters van toepassing was en dat de douanewaarde moest worden vastgesteld op basis van een intrinsieke waarde. De inspecteur stelde echter dat de vrijstelling niet achteraf kan worden toegepast en dat de douanewaarde volgens de Verordening douanewaarde moet worden vastgesteld.
Uit het Fiod-onderzoek bleek dat belanghebbende bewust lagere waarden op de aangiften had vermeld dan de werkelijke transactiewaarde, zoals aangetoond door debetnota's in de administratie. Hierdoor werd te weinig douanerechten en omzetbelasting betaald. Belanghebbende stelde dat er een afspraak was gemaakt met de douane over een vaste waarde voor monsters en dat de navorderingstermijn beperkt moest blijven tot drie jaar.
De Tariefcommissie oordeelde dat de vrijstelling voor monsters niet van toepassing was omdat de goederen al in het vrije verkeer waren gebracht en dat de douanewaarde op basis van redelijke middelen moest worden vastgesteld. Het bestaan van een strafrechtelijk vervolgbare handeling werd vastgesteld, waardoor de navorderingstermijn vijf jaar bedraagt. Tevens werd geoordeeld dat een uitnodiging tot betaling betrekking mag hebben op meerdere aangiften. De grieven van belanghebbende werden ongegrond verklaard en de navordering bevestigd.
Uitkomst: De navordering van douanerechten wegens te lage waardering van kledingmonsters wordt bevestigd en het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.