ECLI:NL:GHAMS:1999:AN7407
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.M.J.I. Steenbergen
- F.H.M. Possen
- H.J. Bokhorst
- J.W.M. Tijnagel
- Th.J.G. van Berkum
- Rechtspraak.nl
Indeling van koosjer kalkoenvlees in douanetarief en mede-aansprakelijkheid importeur
Belanghebbende, D B.V., voerde koosjer kalkoenvlees in en gaf dit aan onder tariefpost 1602 31 11 van het GDT, gebaseerd op bindende tariefinlichtingen (BTI's) die waren aangevraagd voor gezouten en gekruid vlees. Na onderzoek bleek dat het vlees slechts gezouten was en geen bereiding had ondergaan die rechtvaardigt dat het onder post 1602 valt. De inspecteur stelde de goederen daarom in onder post 0207 27 10 en legde een navordering op.
Belanghebbende voerde aan dat zij te goeder trouw handelde, dat de douane een vergissing maakte door BTI's af te geven voor gekruid vlees terwijl het vlees niet gekruid was, en dat zij niet mede-aansprakelijk gesteld kon worden. De inspecteur stelde dat belanghebbende als ervaren marktdeelnemer wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de aangifte onjuist was, mede omdat BTI's waren vervalst.
Het hof oordeelde dat de goederen inderdaad onder post 0207 vallen omdat het vlees niet gekruid was, slechts gezouten. De douaneambtenaren hadden geen vergissing begaan en mochten de aangiften corrigeren. Belanghebbende was mede-aansprakelijk omdat zij een leidende rol had bij de foutieve aangifte en wist of had moeten weten dat de gegevens onjuist waren. De navordering en mede-aansprakelijkheid zijn daarmee terecht.
De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing van de inspecteur en benadrukt het belang van correcte en volledige informatie bij douaneaangiften.
Uitkomst: De Tariefcommissie bevestigt dat het kalkoenvlees onder post 0207 valt en belanghebbende mede-aansprakelijk is voor de douaneschuld.