ECLI:NL:GHAMS:1999:AN8891
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- H.J. Bokhorst
- J.J.A.M. Kennis
- M.J. Kuiper
- K.J.L. Hesselt van Dinter
- Rechtspraak.nl
Indeling van gekookte ongewervelde waterdieren in het GDT tarief
In deze zaak staat de juiste tariefindeling van goederen centraal die gekookt zijn en daardoor een objectieve eigenschap hebben verkregen die bepalend is voor de classificatie in het GDT. Belanghebbende voerde aan dat de goederen onder post 0307 99 18 moesten worden ingedeeld, zoals in eerdere jaren ook gebeurde, omdat het koken slechts diende om de schaal te verwijderen en niet als bereiding moest worden gezien.
De inspecteur stelde dat de goederen gekookt waren en derhalve onder post 1605 90 30 vielen, wat een hoger douanerecht tot gevolg had. Dit standpunt werd ondersteund door een laboratoriumrapport dat aangaf dat de goederen een warmtebehandeling hadden ondergaan die voldoende was om ze als gekookt te classificeren.
De Tariefcommissie oordeelde dat het koken een objectieve eigenschap is die bepalend is voor de indeling en dat het niet relevant is waarom het kookproces heeft plaatsgevonden. De omschrijving van post 0307 sluit koken uit, waardoor de goederen terecht onder post 1605 90 30 zijn ingedeeld. Tevens werd het beroep op eerdere aangiften afgewezen omdat iedere aangifte een op zichzelf staand belastbaar feit vormt.
De commissie wees ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, aangezien de verschillende behandeling van schaaldieren en weekdieren gerechtvaardigd is. Tot slot werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De goederen zijn terecht ingedeeld onder post 1605 90 30 van het GDT en het beroep wordt afgewezen.