ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7541
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Schaap
- J. Kwantes
- J. Holdert
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke toetsing van kadegeldheffing en differentiatie woonboten en pleziervaartuigen
De gemeente Zaanstad voerde een reconstructie uit aan de kade waar woonboten en pleziervaartuigen liggen, en verhoogde het kadegeld voor pleziervaartuigen via een wijzigingsverordening. Belanghebbende, eigenaar van een pleziervaartuig, betwistte de hoogte van het kadegeld en de toepassing ervan over het gehele kalenderjaar 1997.
Het hof onderzocht de wettelijke grondslag van de heffing op basis van artikel 229 van Pro de Gemeentewet en concludeerde dat de gemeente bevoegd was het verhoogde tarief toe te passen. De gemeente mocht woonboten anders behandelen dan pleziervaartuigen, waarbij woonboten slechts liggeld betalen en huur voor parkeerplaatsen, terwijl pleziervaartuigen kadegeld betalen. Dit verschil werd als objectief en redelijk gerechtvaardigd beoordeeld.
De terugwerkende kracht van de wijzigingsverordening werd slechts toegelaten vanaf 1 juni 1997, de datum van ingang van de heffing, en niet vanaf 1 januari 1997. De berekening van het kadegeld moest worden aangepast aan de lengte van het vaartuig in meters, niet aan de toegewezen ligplaats. Het hof vernietigde de uitspraak van de gemeente, mat het kadegeld tot ƒ 518,64 en beval vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hof mat het kadegeld tot ƒ 518,64 en verklaarde het beroep gegrond.