ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7551
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Schaap
- Kwantes
- Kruimel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van zeehavengeldheffing voor motor-beunschip met zandzuiginstallatie
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de heffing van zeehavengeld voor het gebruik van de haven door het motor-beunschip H met zandzuiginstallatie. Het geschil betrof onder meer de vraag of het schip als zeeschip kon worden aangemerkt, of de verordening verbindend was, of een frequentiereductie toegepast had moeten worden, en of het schip als waddenkrabber of werkschip moest worden gekwalificeerd.
Het hof oordeelde dat het schip H, dat de Noordzee bevaart en beschikt over een internationale meetbrief, als zeeschip in de zin van de verordening moet worden beschouwd. De verordening is verbindend en duidelijk in haar omschrijving van belastingplichtigen. De stelling van belanghebbende dat sprake is van ongelijke behandeling en onredelijke heffing vanwege het ontbreken van frequentiereductie werd verworpen, omdat de gemeente binnen haar beleidsvrijheid bleef en de tariefstelling niet willekeurig was.
Voorts werd geoordeeld dat de H niet als werkschip kan worden aangemerkt en dat de grens van 1600 BT voor waddenkrabbers geen onredelijke of willekeurige heffing oplevert. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de heffing bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing van zeehavengeld wordt ongegrond verklaard en de heffing bevestigd.