ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7603
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid premie ziektekostenverzekering voor dochter en schoonzoon in VS als buitengewone last
Belanghebbende, vader van een dochter en schoonzoon die sinds 1991 in de Verenigde Staten wonen, betaalde in 1997 de premie voor een ziektekostenverzekering voor hen. De dochter en schoonzoon hadden een gezamenlijk netto-inkomen van $27.883 met een besteedbaar inkomen van circa $10.315 na aftrek van woonlasten en andere kosten. De dochter betaalde ziektekosten van $950 in dat jaar.
Belanghebbende stelde dat de premie voor de verzekering aftrekbaar was als buitengewone last, gezien de beperkte financiële middelen van zijn dochter en schoonzoon. Het hof oordeelde dat hoewel de dochter en schoonzoon een redelijk inkomen hadden, de voortzetting van de verzekering en het betalen van de premie gezien de risico's en onzekerheden gerechtvaardigd en noodzakelijk was.
Andere door belanghebbende gedane betalingen, zoals opnames via een creditcard en verhuiskosten, achtte het hof niet noodzakelijk voor het levensonderhoud en dus niet aftrekbaar. Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, stelde het belastbaar inkomen bij tot ƒ67.779 en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond en acht de premie voor de ziektekostenverzekering aftrekbaar als buitengewone last.