ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7614
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Waarde-inbreng privézaken in ondernemingsvermogen en kwalificatie kantoorgedeelte als woonhuis
Belanghebbende bracht eind 1992 diverse zaken uit zijn privé-vermogen in zijn ondernemingsvermogen in, waaronder kantoorinventaris en een gedeelte van zijn woonhuis dat als kantoorruimte wordt gebruikt. De discussie betrof de waardering van deze zaken bij inbreng en de kwalificatie van het kantoorgedeelte van het pand.
De inspecteur stelde dat de waarde van de ingebrachte zaken lager was dan door belanghebbende opgegeven en dat het kantoorgedeelte als woonhuis moest worden beschouwd, met toepassing van het afschrijvingsforfait uit de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990. Belanghebbende voerde aan dat de waarde gelijk moest zijn aan de aanschafprijs en dat het kantoorgedeelte niet als woonhuis kon worden aangemerkt.
Het Hof oordeelde dat de waardering moet plaatsvinden op de waarde in het economische verkeer op het moment van inbreng en verwierp het standpunt van belanghebbende. Tevens werd geoordeeld dat het kantoorgedeelte, ondanks de kantoorbestemming en inrichting, onderdeel is van een woonhuis. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag van de inspecteur bevestigd.