ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7615
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Schaap
- H. Kwantes
- J. Rijkels
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens geen winst uit aanmerkelijk belang na aandelenemissie
Belanghebbende, erfgename van Y, was aandeelhouder van een B.V. waarvan in 1987 aandelen werden uitgegeven aan S, de toenmalige accountant van de B.V., met als doel het aanmerkelijk belang te verwateren. In 1994 werden de aandelen gezamenlijk verkocht, waarna de inspecteur een winst uit aanmerkelijk belang van ƒ 340.000 bij het inkomen van belanghebbende telde.
Het Hof stelt vast dat het verwateren van het aanmerkelijk belang via aandelenemissie niet strijdig is met artikel 39 Wet Pro IB 1964 en dat de inspecteur onvoldoende bewijs heeft geleverd dat S als stroman fungeerde. S had juridisch en economisch belang bij de aandelen en heeft een marktconforme prijs ontvangen.
Daarom acht het Hof de aanslag onterecht verhoogd en vermindert deze tot het door belanghebbende opgegeven belastbare inkomen van ƒ 31.832. Tevens veroordeelt het Hof de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot het door belanghebbende opgegeven belastbare inkomen van ƒ 31.832.