ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7622
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting niet gerechtvaardigd voor garantievoorziening aandelen in horecabedrijf
Belanghebbende, vennoot in een advocatenmaatschap, voerde beroep tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1992, waarin een garantievoorziening van 197.000 gulden verband hield met aandelen in F B.V., een brasserie. Het hof stelde vast dat de inspecteur mocht vertrouwen op de aangifte en geen nader onderzoek hoefde te verrichten voorafgaand aan de aanslag.
De exploitatie van de brasserie door F B.V. werd niet als ondernemingsvermogen van de advocatenmaatschap aangemerkt, omdat het horecabedrijf wezenlijk verschilde van de advocatenpraktijk en slechts bijkomstig ten dienste stond van de maatschap. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de brasserie een wezenlijke zakelijke functie vervulde voor de advocatenpraktijk.
Het hof oordeelde dat de navorderingsaanslag terecht was verminderd tot een aanslag zonder verhoging, omdat het beroep van belanghebbende op het ondernemingsvermogen een pleitbaar maar onjuist standpunt was en er geen sprake was van opzet of grove schuld. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag is verminderd tot een aanslag zonder verhoging omdat de aandelen in F B.V. niet tot het ondernemingsvermogen behoren.