ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7657
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over aftrekposten vennootschapsbelasting na beslag en diefstal handelsvoorraad en inventaris
Belanghebbende kocht in januari 1995 een partij handelsvoorraad en inventaris van G, met afspraak dat de koopprijs werd voldaan door een leningsoverdracht aan I. Kort daarna legde de ontvanger beslag op deze zaken wegens naheffingsaanslagen omzetbelasting. Een deel van de zaken werd opgeëist door een derde, K, die uiteindelijk vrijgave verkreeg. Tevens werd aangifte gedaan van diefstal onder verzwarende omstandigheden van een deel van de zaken.
Belanghebbende claimde aftrekposten voor waardedaling van de voorraad en inventaris en rente verschuldigd aan I. De ontvanger corrigeerde deze aftrekposten bij de aanslag vennootschapsbelasting 1995 en stelde dat de koopprijs niet reëel was, mede vanwege het beslag en de eigendomsconflicten.
Het hof oordeelt dat de bewijslast bij belanghebbende ligt om het verlies aannemelijk te maken met betrouwbare gegevens over omvang, samenstelling en kostprijs van de verkregen zaken. Belanghebbende heeft dit niet voldoende gedaan. Ook is niet aannemelijk dat de schuldovername reëel was. Hierdoor kan de geclaimde aftrek niet worden toegewezen.
De procedure omvatte een beroepschrift tegen de aanslag, een zitting waarbij partijen pleitnota's overlegden, en discussie over de rechtsgeldigheid van de koopovereenkomst en de gevolgen van het beslag en de diefstal. Het geschil spitste zich toe op de fiscale aftrekposten en de waardering van de aangekochte goederen.
Het hof bevestigt dat zonder voldoende bewijs van verlies en reële schuldovername geen aftrek kan worden toegestaan, en wijst het beroep van belanghebbende af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verlies en reële schuldovername.