ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7697
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Bijl
- J. Boersma
- J. Den Boer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering renteloze vordering en gebruiksrecht in landbouwbedrijf
Belanghebbende exploiteert een landbouwbedrijf in maatschapvorm en bracht economische eigendom van bedrijfsgebouwen en grond in de maatschap in, waarbij de grond buitenvennootschappelijk bleef en werd verpacht. De stolpboerderij en landbouwgrond werden verkocht aan een vereniging met behoud van gebruiksrecht tot 2000, zonder vergoeding hiervoor. De inspecteur waardeerde de renteloze vordering van 3 miljoen gulden op contante waarde, wat belanghebbende betwistte.
Het geschil betrof of de rente-aangroei van de vordering tot de winst moest worden gerekend en of het gebruiksrecht een afschrijfbare waarde vertegenwoordigde. Het hof oordeelde dat goed koopmansgebruik vereist dat een renteloze vordering met aanzienlijke looptijdverschillen op contante waarde wordt gewaardeerd, zonder uitzondering voor het voorbehouden gebruiksrecht zonder vergoeding.
Verder stelde het hof dat het gebruiksrecht alleen afgeschreven kan worden indien een kostprijs is betaald, wat niet het geval was. De stelling dat een hogere koopsom mogelijk was zonder gebruiksrecht werd onvoldoende geacht om een waarde toe te kennen. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.