ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7726
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Geen recht op alleenstaande ouderaftrek bij onvoldoende verblijf kind in huishouden
Belanghebbende, na echtscheiding co-ouder van drie kinderen, vordert indeling in tariefgroep 5 (alleenstaande ouderaftrek) voor de inkomstenbelasting 1997. Hij stelt dat zijn jongste dochter gemiddeld 3 tot 3,5 dag per week bij hem verbleef, inclusief weekenden en schoolvakanties.
De Belastingdienst weigert deze indeling en houdt vast aan tariefgroep 2 (basisaftrek). Het geschil spitst zich toe op de uitleg van het begrip 'het voeren van een huishouding' zoals bedoeld in artikel 55, vijfde lid, Wet op de inkomstenbelasting 1964, waarbij volgens de Hoge Raad het kind doorgaans ten minste 3 tot 3,5 dag per week in het huishouden van de co-ouder moet verblijven.
Het Hof stelt vast dat de jongste dochter door de week bij de ex-echtgenote woont en alleen in het weekend en vakanties bij belanghebbende verblijft. Dit betekent dat zij niet doorgaans 3 tot 3,5 dag per week in zijn huishouden verbleef. Het gemiddelde aantal dagen is onvoldoende om te spreken van het voeren van een huishouden met het kind.
Daarom verklaart het Hof het beroep ongegrond en bevestigt de indeling in tariefgroep 2. Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is op 6 maart 2000 mondeling gedaan door het lid van de belastingkamer Den Boer.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.