ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7734
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Kwantes
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Gebruik en waardering van sportcomplex als één onroerende zaak volgens Wet WOZ
Belanghebbende, een sportvereniging, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar sportcomplex, bestaande uit een clubgebouw en sportvelden, waarvan de waarde door de gemeente als één onroerende zaak was vastgesteld.
De kern van het geschil betrof de vraag of het clubgebouw en de velden als één onroerende zaak konden worden aangemerkt, waarbij belanghebbende betwistte dat de velden bij haar in gebruik waren en stelde dat het gebruik beperkt en deels door derden was.
Het Hof overwoog dat het gebruik van de velden door belanghebbende feitelijk plaatsvindt en dat beperkingen zoals het niet gebruiken in de zomermaanden en het medegebruik door een school geen afbreuk doen aan het feit dat de velden bij belanghebbende in gebruik zijn. Ook het incidentele gebruik door buurtbewoners werd als niet relevant beoordeeld.
Gelet op de aard, ligging en het gezamenlijke gebruik van het clubgebouw en de velden concludeerde het Hof dat deze als één onroerende zaak moeten worden beschouwd volgens artikel 16d van de Wet WOZ. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de sportvereniging tegen de WOZ-waarde van het sportcomplex wordt ongegrond verklaard.