ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7745
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Smit
- Faase
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over vermomd dividend en navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende, directeur-grootaandeelhouder van D BV, stelde zich borg voor een schuld van een derde, C, bij de NMB (later ING Bank). G NV, waarvan D BV 51% van de aandelen hield, betaalde in 1994 ƒ 160.000 aan de bank ter voldoening van deze borgstelling. De inspecteur kwalificeerde deze betaling als een vermomd dividend van D BV aan belanghebbende en legde een navorderingsaanslag en boete op.
Belanghebbende voerde aan dat de borgstelling persoonlijk was aangegaan omdat de BV's nog niet bestonden, en dat D BV zakelijk handelde door de betaling te verrichten. Het hof oordeelde dat de borgstelling belanghebbende persoonlijk aanging en dat D BV geen verplichting had om de betaling te doen. De enkele omstandigheid dat D BV deelnam aan het project was onvoldoende om een zakelijk belang aan te nemen.
Het hof stelde vast dat belanghebbende bewust het bedrag persoonlijk verschuldigd was en dat de betaling via G NV een bevoordeling van belanghebbende inhield. De boete werd verminderd van ƒ 24.000 naar ƒ 3.000 wegens aan opzet grenzende onachtzaamheid en gebrekkige communicatie met de adviseur.
Het hof vernietigde het kwijtscheldingsbesluit, bevestigde de navorderingsaanslag voor het overige, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak werd gedaan op 16 februari 2000 door mrs. Smit, Faase en Van Loon.
Uitkomst: Het hof vernietigde het kwijtscheldingsbesluit, bevestigde de navorderingsaanslag deels en verminderde de boete tot ƒ 3.000.