ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7747
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor gebruik garage als opslagruimte geen vergoeding werkruimte maar inkomsten uit vermogen
Belanghebbende, een fabrikant met vertegenwoordigers in loondienst, vergoedde aan werknemers met een garage bij hun woning een vast bedrag voor het gebruik als opslagruimte. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag op omdat zij dit zag als loon uit werkruimtegebruik. Het hof stelde vast dat het gebruik van de garage beperkt was tot opslag van stalen en niet meer omvatte dan dat.
De rechtbank oordeelde dat de vergoeding niet als kostenvergoeding voor werkruimte in de zin van artikel 15 Wet Pro LB 1964 kon worden aangemerkt, maar als opbrengst uit vermogen volgens artikel 42a Wet IB 1964. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat er sprake was van een ruimer gebruik van de garage of van andere werkruimte in de woning.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de naheffingsaanslag en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt dat een vergoeding voor het ter beschikking stellen van een garage als opslagruimte niet automatisch als loon uit werkruimte moet worden gezien.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting voor vergoeding gebruik garage als opslagruimte wordt vernietigd.