ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7775
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Holdert
- Onnes
- Kwantes
- Rechtspraak.nl
Premieplicht voor AWBZ ondanks Duitse ziektekostenverzekering en niet-aftrekbaarheid Duitse premies
De weduwe van een Duitse ambtenaar, woonachtig in Nederland sinds 1984, was in geschil met de Belastingdienst over haar premieplicht voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de aftrekbaarheid van Duitse premies voor particuliere ziektekostenverzekeringen en de zogenaamde "Beihilfe". Het hof bevestigde dat zij premieplichtig is voor de AWBZ, ook al was zij in Duitsland verzekerd tegen ziektekosten.
De weduwe voerde aan dat de EG-Verordening nr. 1408/71 en artikel 23 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen (BUB) haar premieplicht uitsloten. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat de verordening niet van toepassing is op bijzondere regelingen voor ambtenaren en dat de Duitse regeling niet gelijkwaardig is aan de AWBZ. Tevens werd geoordeeld dat de aanspraak op "Beihilfe" slechts een gedeeltelijke vergoeding van ziektekosten betreft en daarmee niet gelijkwaardig is aan de AWBZ.
Verder oordeelde het hof dat de Duitse premies voor particuliere ziektekostenverzekering en de "Beihilfe" niet aftrekbaar zijn als buitengewone last. Ook werd bevestigd dat het premie-inkomen voor de AWBZ-heffing ook de buitenlandse bestanddelen van het belastbare inkomen omvatten. Het beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de premieplicht voor de AWBZ bevestigd zonder aftrek van Duitse premies.