ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7969
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Faase
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep vennootschapsbelasting en boete wegens te late aangifte na betwisting effectenbezit
Belanghebbende, een vennootschap, had in haar aangifte vennootschapsbelasting aanzienlijke bedragen aan voorgeheven dividendbelasting en rentelasten opgevoerd, gebaseerd op de aankoop van economische eigendom van aandelen waarvan de koopsom schuldig bleef. De inspecteur stelde na onderzoek vast dat de verkoper was overleden en nooit eigenaar was geweest van de aandelen. Belanghebbende stelde dat haar administratie in 1996 was in beslag genomen door ambtenaren, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Tijdens de procedure heeft het hof vastgesteld dat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd van het effectenbezit, de rentebetalingen en het ingehouden dividendbelastingbedrag. De bewijslast keerde om vanwege het ontbreken van een juiste aangifte en niet-naleving van de administratieplicht volgens artikel 52 AWR Pro. De boete wegens te late indiening van de aangifte werd terecht opgelegd, aangezien belanghebbende niet kon aantonen afwezigheid van schuld.
Belanghebbende werd niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen de heffingsrente omdat dit bezwaar pas in de beroepsfase werd aangevoerd zonder eerdere grieven. Het hof bevestigde de aanslag en boete, wees het beroep ongegrond en wees het verzoek om niet-ontvankelijkheid in bezwaar af. De procedure werd gevoerd zonder aanwezigheid van belanghebbende tijdens zittingen, ondanks oproepingen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag en boete bevestigd, terwijl belanghebbende niet-ontvankelijk wordt verklaard voor het beroep tegen de heffingsrente.