ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7988
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Meussen
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek van afwaardering lening aan dochtervennootschap voor vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap met activiteiten in vastgoed en deelnemingen, stelde dat zij een lening had verstrekt aan haar dochtervennootschap I BV, die zij in 1995 had afgewaardeerd wegens negatieve resultaten. De inspecteur betwistte dit en kwalificeerde de betaling van 625.000 gulden aan de bank als een kapitaalverstrekking, niet als lening.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de betaling als lening kon worden aangemerkt. Het hof constateerde dat er geen schriftelijke leningsovereenkomst of schuldigerkenning tussen belanghebbende en I BV bestond. Daarnaast had belanghebbende hoofdelijkheidsverklaringen en verpanding van vorderingen aan de bank afgegeven, wat wijst op een kapitaalverstrekking.
Gezien de feiten en omstandigheden, waaronder de hoofdelijkheid en het ontbreken van formele leenovereenkomsten, oordeelde het hof dat de betaling niet als lening maar als informele kapitaalverstrekking moet worden gezien. Hierdoor kon de afwaardering niet in mindering worden gebracht op de belastbare winst. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de afwaardering van de lening wordt niet ten laste van de winst gebracht.