ECLI:NL:GHAMS:2000:AA8195
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling autokostenforfait bij privégebruik auto door directeur-aandeelhouder
Belanghebbende, directeur-aandeelhouder van een kledingdetailhandel, gebruikte in 1996 een door zijn BV ter beschikking gestelde Audi 80. Hij gaf in zijn belastingaangifte geen autokostenforfait aan, verwijzend naar het toenmalige beleid voor bewindslieden en het gelijkheidsbeginsel.
De Belastingdienst corrigeerde de aangifte en legde een aanslag op inclusief bijtelling van 20% van de cataloguswaarde. Het geschil betrof de rechtmatigheid van deze correctie en de heffingsrente.
De Hoge Raad had in 1997 geoordeeld dat onjuist beleid dat slechts voor een beperkte groep geldt, niet tot een beroep op het gelijkheidsbeginsel door anderen kan leiden zolang de onjuistheid niet vaststaat. De Staatssecretaris trok het onjuiste beleid kort na het arrest in.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet tot de beperkte groep behoorde en dat de bijtelling terecht was, mede omdat hij meer dan 1000 privé-kilometers had gereden. De heffingsrente werd eveneens bevestigd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de bijtelling autokostenforfait en heffingsrente wordt ongegrond verklaard.