ECLI:NL:GHAMS:2000:AA8235
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Willems
- Visser
- Den Boer
- Nabbe
- Hoek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek Ondernemingsraad tot verklaring onredelijkheid beëindiging activiteiten IJsselwerf
De Ondernemingsraad van YVC IJsselwerf B.V. verzocht de Ondernemingskamer om te verklaren dat de ondernemer bij de afweging van belangen niet redelijkerwijs tot het besluit tot beëindiging van de activiteiten van IJsselwerf had kunnen komen. Dit verzoek volgde op eerdere procedures en een enquête naar het beleid en de gang van zaken binnen IJsselwerf en YVC Holding B.V.
De enquête concludeerde onder meer dat er geen aanwijzingen waren dat de Holding bewust een onnodige surséance van betaling voor IJsselwerf had nagestreefd, maar dat er wel onvoldoende pogingen waren gedaan om een situatie te voorkomen waarin surséance onvermijdelijk werd. De discontinuïteit van IJsselwerf werd toegeschreven aan het uitblijven van orders en niet aan de Wilton Fyenoord transactie.
De Ondernemingskamer oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat een besluit tot beëindiging van de activiteiten van IJsselwerf was genomen. Daarom werd het verzoek van de Ondernemingsraad afgewezen. De beschikking werd gegeven door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2000.
Uitkomst: Het verzoek van de Ondernemingsraad om te verklaren dat de ondernemer niet redelijkerwijs tot beëindiging van de activiteiten had kunnen besluiten, wordt afgewezen.