ECLI:NL:GHAMS:2000:AA9104
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Dutmer
- H. Onnes
- J. Blokland
- Rechtspraak.nl
Waarde bepaling nalatenschapswoning bij successieaanslag na overlijden erflater
Belanghebbende, enige erfgenaam van de in 1998 overleden erflater, verkocht een nagelaten woning ongeveer acht maanden na het overlijden. De waarde van het pand voor de successieaanslag was onderwerp van geschil: belanghebbende stelde ƒ 840.000, de inspecteur ƒ 990.000.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn waardebepaling, omdat deze was gebaseerd op landelijke gemiddelde prijsstijgingen zonder regionale differentiatie. Ook de door belanghebbende aangevoerde waarde was onvoldoende onderbouwd. Daarom stelde het Hof de waarde in goede justitie vast op ƒ 925.000, berekend als verkoopprijs minus een gemiddelde waardestijging.
De aanslag werd dienovereenkomstig verminderd tot een verkrijging van ƒ 996.939. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. Het Hof constateerde een procedurele fout doordat de gemachtigde geen afschrift van de uitspraak ontving, maar dit had geen nadelige gevolgen.
Uitkomst: De aanslag in het recht van successie werd verminderd tot een verkrijging van ƒ 996.939 en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.