ECLI:NL:GHAMS:2000:AA9175
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kwantes
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet zichtbaar aanbrengen vergunning
Belanghebbende had zijn parkeervergunning voor het eerste kwartaal vervangen door die voor het tweede kwartaal voordat de geldigheid daarvan was aangevangen. De gemeente legde hiervoor een naheffingsaanslag op, die na bezwaar werd vernietigd. Vervolgens bracht belanghebbende de oude vergunning weer aan en verwijderde de nieuwe. Op 2 april 1999 parkeerde hij met de oude vergunning, maar deze was op dat moment niet geldig volgens de voorschriften, omdat de nieuwe vergunning niet zichtbaar was aangebracht. De gemeente legde opnieuw een naheffingsaanslag op.
Belanghebbende voerde aan dat hij jarenlang de vergunning vroegtijdig verving zonder naheffingsaanslag en dat hij mocht vertrouwen op het beleid van de gemeente. Het hof oordeelde dat niet was gebleken dat de gemeente een dergelijk beleid voerde en dat zelfs als dat zo was, de naheffingsaanslag terecht was omdat de vergunning op het moment van parkeren niet geldig was.
Het hof verwierp ook het verweer dat de gemeente rekening had moeten houden met persoonlijke omstandigheden. De naheffingsaanslag werd daarom gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.