ECLI:NL:GHAMS:2000:AA9224
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Onnes
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale aftrekbaarheid van lasten uit werknemersopties door naamloze vennootschap
Belanghebbende, een naamloze vennootschap, heeft in 1995 aan haar werknemers 23.000 opties op aandelen toegekend met een uitoefenprijs gelijk aan de beurskoers op dat moment. De inspecteur legde een aanslag vennootschapsbelasting op, waarbij slechts een bedrag gelijk aan 7,5% van de waarde van de aandelen als last in aftrek werd toegestaan, overeenkomend met het loon dat bij werknemers werd belast.
Belanghebbende voerde aan dat een hogere last ten laste van de winst mocht komen, onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad uit 1996 en stelde dat ook de voorwaardelijke verplichting tot levering van aandelen in aanmerking genomen moest worden. Het Hof oordeelde dat de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, artikel 9 lid 1 onderdeel Pro i, een evenwicht beoogt tussen het loonbedrag bij werknemers en de aftrekbare last bij de vennootschap.
Het Hof stelde vast dat de financiële gevolgen van de mogelijke uitoefening van de opties zich in de kapitaalsfeer afspelen en dat de aftrek beperkt blijft tot het bedrag dat bij werknemers als loon is belast. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de naamloze vennootschap tegen de aanslag vennootschapsbelasting over 1995 wordt ongegrond verklaard.