ECLI:NL:GHAMS:2000:AA9359
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Okhuizen
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens niet-ontvangen vertrouwen op aftrek buitengewone lasten
Belanghebbende diende een aangifte inkomstenbelasting in met aftrek van kosten levensonderhoud voor kinderen en andere naaste verwanten. De Belastingdienst corrigeerde deze aftrek en legde een hogere aanslag op. Belanghebbende stelde dat hij door de hulp van een medewerker van de Belastingdienst mocht vertrouwen op de juistheid van de aangifte en daarmee op de aftrekposten.
Het Hof oordeelde dat het invullen van de aangifte door een medewerker van de Belastingdienst niet gelijkstaat aan een beoordeling in de aanslagfase en dat het risico van onjuiste informatie in principe voor rekening van de belastingplichtige komt. Er was geen bewijs dat de medewerker bewust onjuiste informatie had verstrekt of onzorgvuldig had gehandeld.
De aantekening op een brief van de Belastingdienst kon niet worden opgevat als een toezegging tot aftrek. Wel werd erkend dat een aftrekpost van ƒ 1.150 voor het levensonderhoud van de zoon moet worden toegekend. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Belastingdienst, stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 37.187 en veroordeelde de Belastingdienst in de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 37.187 en de Belastingdienst wordt veroordeeld in de proceskosten.