ECLI:NL:GHAMS:2000:AA9646
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Onnes
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting over rente CDK-spaarbiljetten
De zaak betreft een beroep tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1984 over rente op CDK-spaarbiljetten. Belanghebbende had in 1982 spaarbiljetten gekocht waarbij sprake was van een constructie met tijdelijk vruchtgebruik. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op wegens niet aangegeven rente, gebaseerd op bevindingen uit een FIOD-onderzoek.
Belanghebbenden voerden aan dat er geen nieuw feit was dat navordering rechtvaardigde en dat sprake was van ongelijke behandeling en schending van het vertrouwensbeginsel. Het Hof oordeelde dat het FIOD-onderzoek wel degelijk een nieuw feit vormde, waardoor de inspecteur bevoegd was tot navordering. Tevens werd het beroep op ongelijke behandeling verworpen omdat niet aannemelijk was dat de ongelijke behandeling het gevolg was van een gebrek aan afstemming tussen belastingdiensten of van een beleidsmatige begunstiging.
Het Hof stelde vast dat de inspecteur niet in strijd had gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De navorderingsaanslag werd daarom verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 200.843. Tevens werden proceskosten aan belanghebbenden toegekend. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd afgewezen omdat uitlatingen van bewindslieden als wetgever geen rechtens te honoreren vertrouwen scheppen.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd en de inspecteur is bevoegd tot navordering op grond van een nieuw feit uit FIOD-onderzoek.