ECLI:NL:GHAMS:2000:AD8500
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van Lingen
- Boumans
- Van Wijnen-Vergeer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf voor doodslag na messteek in rug
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk doden van het slachtoffer door hem met een mes in de rug te steken, wat leidde tot de dood door orgaanbeschadiging en inwendig bloedverlies. Het incident vond plaats nadat het slachtoffer verdachte aanviel met een kopstoot, nekslag en knietje. Verdachte haalde daarop een mes tevoorschijn om zich te verdedigen, maar stak het slachtoffer terwijl deze probeerde te vluchten.
In hoger beroep verwierp het hof het beroep op noodweer en (tardief) noodweerexces omdat de wederrechtelijke aanranding was beëindigd toen het slachtoffer wegliep. Verdachte handelde niet in directe reactie op een ogenblikkelijke aanval, maar in paniek en reflexmatig toen het slachtoffer langs hem rende. Het hof achtte bewezen dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer dodelijk zou worden getroffen.
De rechtbank had verdachte al veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, en het hof bevestigde deze straf gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van verdachte, die een strafblad heeft met eerdere gewelds- en vermogensdelicten. Tevens werd een schadevergoeding van ƒ7.788,- toegekend aan de benadeelde partij, met een aanvullende vergoeding voor gemaakte kosten.
Het arrest werd gewezen door de achtste meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 maart 2000.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor doodslag na het steken van het slachtoffer in de rug.