ECLI:NL:GHAMS:2000:AD8548
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.L.C. Hermans
- Den Ottolander
- Visser
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verkrachting en opzettelijke vrijheidsberoving van hulpbehoevenden
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 9 oktober 2000 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen verdachte, die werd beschuldigd van verkrachting en meervoudige opzettelijke vrijheidsberoving van twee vrouwen, van wie één bewusteloos was en de ander minderjarig en hulpbehoevend. De feiten vonden plaats in 1998 in Utrecht, waarbij verdachte de slachtoffers onder bedreiging van geweld tot seksuele handelingen dwong en hen belette de woning te verlaten.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Utrecht en verklaarde wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten had begaan. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling, maar het hof achtte een zwaardere straf passend gezien de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder diens verminderd toerekeningsvatbaarheid.
Het hof legde een gevangenisstraf van vijf jaar op, met aftrek van voorarrest, en zag af van terbeschikkingstelling vanwege praktische bezwaren en onvoldoende gronden. Daarnaast werd een condoom, als instrument van het delict, onttrokken aan het verkeer. De vorderingen van de benadeelde partijen werden deels toegewezen, waarbij schadevergoedingen van respectievelijk 2.500 en 2.912,96 gulden werden toegekend.
De uitspraak benadrukt de ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers, en het belang van beveiliging van de maatschappij tegen de verdachte. Het hof motiveerde de strafmaat mede door het misbruik van de hulpbehoevendheid van de slachtoffers en de psychische gevolgen voor hen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor verkrachting en opzettelijke vrijheidsberoving van hulpbehoevende slachtoffers.