ECLI:NL:GHAMS:2000:AE9568

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 maart 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
199/00
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Streefkerk
  • Heuveling van Beek
  • Ter Haar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek schuldsaneringsregeling aan Birmaanse vluchteling ondanks niet te goeder trouw ontstane schulden

Appellant, een vluchteling uit Burma die sinds 1993 in Nederland verblijft en in 1996 de A-status kreeg, had een omvangrijke schuld opgebouwd, deels door frauduleus gebruik van zijn creditcard en telefoonaansluiting door een kennis, en deels door schulden in een periode zonder inkomsten.

De rechtbank wees het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af, maar het hof oordeelde anders. Het hof nam in aanmerking dat appellant inmiddels stabieler is, zich heeft ingeschreven bij uitzendbureaus en bereid is zijn schulden te voldoen.

Hoewel sommige schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan, zoals boetes voor zwart rijden, achtte het hof dit geen reden om het verzoek af te wijzen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek alsnog toe.

De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Alkmaar voor verdere afhandeling met inachtneming van het arrest.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling alsnog toe en vernietigt het vonnis van de rechtbank.

Uitspraak

Gerechtshof te Amsterdam
Tweede meervoudige burgerlijke kamer
Arrest van 17 maart 2000 in de zaak onder rekestnumer 199/00 van
X.,
wonende te P.,
Appellant,
procureur: mr. L.C. Trompetter.
1. Het geding in hoger beroep
1.1 Appellant is bij per fax op 24 februari 2000 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift in hoger beroep gekomen van de beslissing van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar van 17 februari 2000 onder insolventienummer 44067/FT-EA, waarbij het verzoek van appellant tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.
1.2 Het verzoek is in hoger beroep behandeld op 17 maart 2000. Verschenen is appellant bijgestaan door mw. mr. M.J.F.A. Mutsaers, advocaat te Haarlem.
2. De gronden van de beslissing
2.1. Op grond van de inhoud van de schriftelijke stukken en hetgeen tijdens het onderzoek naar voren is gekomen, wordt het volgende overwogen.
2.2. In hoger beroep heeft appellant zijn verzoek ter terechtzitting uitgebreid gedocumenteerd en mondeling toegelicht. Appellant is een vluchteling uit Burma en is in 1993 in Nederland gekomen, hij heeft in 1996 de A-status gekregen. Hij heeft een omvangrijke schuld aan de Postbank NV die voor een deel is ontstaan toen hij heeft geprobeerd om een onderneming op te starten en daarbij gebruik heeft gemaakt van het hem verleende kredietmaximum . Een groot deel van de schuld aan de Postbank is echter naar zeggen van appellant ontstaan doordat iemand uit zijn kennissenkring, zonder de toestemming van appellant, frauduleus gebruik heeft gemaakt van diens credit card. Appellant heeft een schuld aan KPN-Nederland van ongeveer f 10.000,- die is ontstaan doordat de hiervoor bedoelde kennis buiten zijn medeweten gebruik maakte van appellants telefoonaansluiting.
2.3. Daarnaast is een deel van de schulden ontstaan in een periode dat bij geen inkomsten uit arbeid had en ook geen bijstandsuitkering ontving. Dat geldt met name voor de huurschuld en de schulden terzake van water en energie-kosten. De schulden aan de Nederlandse Spoorwegen en aan de HTM zijn eveneens in deze periode ontstaan, doordat hij zonder plaatsbewijs te kopen van het openbaar vervoer gebruik maakte om bij zijn kennissen elders te kunnen eten en verblijven.
2.4. In hoger beroep heeft appellant er blijk van gegeven de consequenties van de schuldsaneringsregeling ter dege in te zien. Hij heeft zich inmiddels ingeschreven bij uitzendbureaus en wil trachten in loondienst inkomsten te verwerven om zijn schulden te kunnen betalen. Hij heeft een vaste woonplaats en ook op het persoonlijk vlak is wat meer stabiliteit in zijn leven gekomen.
2.5. Bij afweging van de betrokken belangen oordeelt het hof dat de omstandigheid dat appellant ten aanzien van het ontstaan van een aantal schulden niet te goeder trouw is geweest (zoals ten aanzien van de boetes voor 'zwart rijden'), niet in de weg moet staan aan toewijzing van zijn verzoek. Ook overigens ziet het hof, anders dan de rechtbank, geen gronden voor afwijzing van het verzoek.
2.6. Het voorgaande leidt tot vernietiging van de beslissing waarvan beroep en -alsnog- toewijzing van het verzoek.
3. De beslissing
Het hof:
vernietigt de beslissing waarvan beroep;
verklaart alsnog van toepassing de wettelijke schuldsaneringsregeling voor X. voornoemd;
verwijst de zaak naar de arrondissementsrechtbank te Alkmaar om te worden voortgezet met inachtneming van het in dit arrest overwogene.
Dit arrest is gewezen door mrs. Streefkerk, Heuveling van Beek en Ter Haar en is op 17 maart 2000 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Donner als griffier.