ECLI:NL:GHAMS:2000:AE9572
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van der Reep
- Gerritzen-Gunst
- Wortmann
- Rechtspraak.nl
Hof stelt onderhoudsbijdrage vast ondanks schuldsaneringsregeling en wijst uitkering levensonderhoud moeder af
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake echtscheiding en alimentatieverplichtingen. De vader wenste de alimentatieverplichting voor de moeder niet te effectueren, terwijl de moeder een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen en een uitkering tot levensonderhoud vorderde.
De vader heeft een aantal schulden en is onder schuldsaneringsregeling geplaatst. Ondanks deze regeling stelt het hof dat de noodzaak tot het aangaan van een deel van de schulden niet aannemelijk is gemaakt, waardoor niet het gehele bedrag ter bepaling van zijn draagkracht in aanmerking wordt genomen. Het hof baseert zich op de financiële gegevens van de vader, waaronder zijn bruto loon en overwerkvergoeding, en houdt rekening met de woonlasten van de vader en zijn partner.
Het hof bekrachtigt de echtscheiding en bepaalt de onderhoudsbijdrage voor de kinderen op 250 gulden per kind per maand vanaf 17 februari 1999. Het verzoek van de moeder tot een uitkering tot levensonderhoud wordt afgewezen omdat de vader bij betaling van de onderhoudsbijdragen niet in staat is ook een uitkering aan de moeder te voldoen. De zaak wordt verder pro forma aangehouden tot 30 april 2000 voor rapportage over gezag en omgang.
Uitkomst: Onderhoudsbijdrage vastgesteld op 250 gulden per kind per maand, verzoek uitkering levensonderhoud moeder afgewezen.