ECLI:NL:GHAMS:2000:AO0070
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Van Schendel
- Coeterier
- Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tegen Nederlandse ministers wegens deelname aan NAVO-luchtacties tegen FRJ zonder VN-mandaat
Appellanten, met de nationaliteit van de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ), stelden dat de Nederlandse ministers persoonlijk aansprakelijk zijn voor het misdrijf tegen de vrede en schendingen van het humanitaire oorlogsrecht door deelname van de Staat aan NAVO-luchtacties tegen de FRJ zonder mandaat van de Veiligheidsraad. Zij vorderden schadevergoeding en een verbod op voortzetting van militaire acties.
Het hof oordeelde dat de luchtacties inmiddels zijn beëindigd, waardoor het verbod op voortzetting geen belang meer heeft. Daarnaast was niet aannemelijk dat nieuwe acties op korte termijn zouden plaatsvinden. De persoonlijke aansprakelijkheid van de ministers werd verworpen omdat het besluit tot deelname aan de luchtacties was genomen binnen hun wettelijke bevoegdheid en er geen concrete aanwijzingen waren voor persoonlijke schuld of verwijtbaarheid.
Verder stelde het hof vast dat het ontbreken van een VN-mandaat niet automatisch onrechtmatigheid betekent en dat de uiteindelijke beoordeling van de rechtmatigheid van de acties bij het Internationaal Gerechtshof ligt. Ook was onvoldoende aannemelijk dat de NAVO of de Staat systematisch burgerdoelen aanvielen of disproportioneel geweld toepasten. De vorderingen tot vergoeding van immateriële schade werden daarom afgewezen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten in de kosten van het geding.
Uitkomst: Vorderingen van appellanten tot schadevergoeding en verbod op militaire acties werden afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.