ECLI:NL:GHAMS:2001:AA9591
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Schaap
- J. Kwantes
- H.J. van Loon
- Rechtspraak.nl
Waarde in het economische verkeer van een aanmerkelijkbelangpakket per 1 januari 1997
Belanghebbende betwistte de door de inspecteur vastgestelde verkrijgingsprijs van zijn aandelenpakket in A BV per 1 januari 1997, die was vastgesteld op ƒ 60.000. Hij stelde dat de waarde hoger was, variërend van ƒ 100.000 tot ƒ 500.983, gebaseerd op verschillende berekeningen met stille reserves, goodwill en eigen vermogen.
Het Hof overwoog dat de waarde in het economische verkeer de prijs is die bij een verkoop op de meest geschikte wijze door de meestbiedende gegadigde zou worden betaald. De verkoop van het aandelenpakket vond medio februari 1997 plaats voor ƒ 60.000 aan een mede-aandeelhouder, die als meest gerede gegadigde werd beschouwd. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de waarde op 1 januari 1997 hoger was dan deze prijs.
Ook de stelling dat de koopprijs onder dwang was vastgesteld, werd onvoldoende onderbouwd. De concept-overeenkomst van december 1996 werd niet als voldoende bewijs geaccepteerd vanwege de voorwaardelijke aard en onduidelijkheid over de omvang van de rechten en verplichtingen.
Gelet op de omstandigheden en het bewijs concludeerde het Hof dat de waarde van het aanmerkelijkbelangpakket gelijkgesteld kon worden aan de verkoopprijs van ƒ 60.000. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet aan een partij opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de verkrijgingsprijs vastgesteld op ƒ 60.000.