ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0098
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en heffingsrente bij te veel verrekende loonbelasting
Belanghebbende diende aangifte inkomstenbelasting over 1997 in, waarbij een te hoog bedrag aan loonbelasting werd verrekend door de Belastingdienst. Zowel de voorlopige als de definitieve aanslag waren op deze fout gebaseerd. De inspecteur legde vervolgens een navorderingsaanslag op wegens deze te veel verrekende loonbelasting.
Belanghebbende voerde aan dat geen nieuw feit aanwezig was en dat hij te goeder trouw was, waardoor navordering niet toegestaan zou zijn. Tevens stelde hij dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden vanwege een telefonisch contact met de Belastingdienst waarin werd toegezegd de teruggaaf nader te onderzoeken.
Het hof oordeelde dat navordering ook zonder nieuw feit mogelijk is bij onjuiste verrekening van voorheffing volgens artikel 16, tweede lid, AWR. Het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat belanghebbende redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de teruggaaf op een fout berustte. De navorderingsaanslag werd daarom gehandhaafd.
De heffingsrente die bij de navordering was berekend, werd op advies van de inspecteur zelf vernietigd, aangezien deze niet verschuldigd was bij navordering in deze situatie. Tot slot werd de inspecteur veroordeeld tot betaling van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt gehandhaafd, de heffingsrente vernietigd en de inspecteur veroordeeld tot proceskostenvergoeding.